Dankzij een Nederlandse vinding gaan in Zweden binnenkort auto’s rijden op benzine gemaakt van houtafval, zoals zaagsel. TechnipFMC en BTG-BTL gaan in dit Scandinavische land een fabriek ontwerpen en bouwen waar van houtresten bio-olie wordt gemaakt. In een raffinaderij wordt deze olie vervolgens verwerkt tot brandstof. Het wordt de eerste fabriek in de wereld die deze groene brandstof voor voertuigen produceert.

Eén fabriek gebruikt circa 35.000 tot 40.000 ton houtafval per jaar. Dit wordt met pyrolyse tot olie verwerkt die in een raffinaderij wordt verwerkt tot biobrandstof. Hierbij worden grondstoffen, zoals zaagsel of bermgras, zonder zuurstof verhit tot ongeveer 500 graden Celsius, waardoor ruwe bio-olie ontstaat. Dit proces duurt met deze techniek een paar seconden, waar de natuur daar enkele miljoenen jaren voor nodig heeft.

Op de pure pyrolyse-brandstof kunnen jaarlijks 15.000 gezinsauto’s rijden. De biobrandstof wordt echter gemengd met andere vormen van olie – bio en fossiel – waardoor een benzine en diesel zullen ontstaan met een deel duurzame olie. Daarmee voldoet het aan de Europese richtlijn RED II, die voorschrijft dat benzine in 2020 voor een deel moet bestaan uit hernieuwbare energie.

De techniek

De techniek werd ruim 25 jaar geleden bedacht aan de Universiteit Twente. In 1993 nam BTG de ontwikkeling en opschaling over en in 2008 werd BTG BioLiquids (BTG-BTL) opgericht dat zich samen met TechnipFMC richt op de uitrol van de techniek. TechnipFMC, met activiteiten in 48 landen een wereldwijde marktleider in olie- en gasprojecten, technologieën, systemen en gerelateerde diensten, is beursgenoteerd aan de NYSE in New York en de beurs in Parijs. De projecten in beide landen worden uitgevoerd door TechnipFMC’s kantoor in Zoetermeer

Oplevering in 2021

De Zweedse joint venture Pyrocell, bestaande uit houtleverancier Setra en oliemaatschappij Preem, gaat de techniek toepassen. De bouw voor de fabriek begint nog dit jaar en de opening staat gepland voor 2021. De fabriek wordt gebouwd direct naast de houtzagerij van Setra, in Gävle, zo’n 170 kilometer ten noorden van Stockholm. Hier is het benodigde zaagsel direct voorhanden en zijn er geen transportmiddelen nodig. De olie wordt vervolgens verwerkt in een raffinaderij van Preem in Lysekil aan de Zweedse westkust.

“Zweden heeft unieke mogelijkheden om de landelijke productie van hernieuwbare brandstoffen te vergroten. Met de komst van ‘s werelds eerste commerciële fabriek voor pyrolyse-olie bestemd voor bio-brandstof kunnen we weer extra stappen zetten in de transitie naar een duurzame maatschappij”, aldus Petter Holland, CEO van Preem.

Pontus Friberg, Voorzitter van Pyrocell, voegt toe: “We zijn al heel lang met dit project bezig en we zijn blij dat we nu echt kunnen beginnen. We hebben voor de combinatie TechnipFMC en BTG-BTL gekozen na goede bestudering van alle technieken en mogelijkheden die beschikbaar zijn op de markt. De referentie fabriek in Nederland, het Empyro-project, heeft een belangrijke rol gespeeld in onze besluitvorming.”

Finland

Eerder kregen BTG-BTL en TechnipFMC al een order uit Finland voor de bouw van in eerste instantie één, maar op termijn vier fabrieken. Ook hier wordt zaagsel verwerkt tot pyrolyse-olie. Deze olie wordt gebruikt voor de energieopwekking van diverse fabrieken in Finland en Nederland.

Bron: www.engineersonline.nl