Het is een goede traditie dat de VIV het voorwoord aanlevert voor de ‘Motoren Special’ van de Schuttevaer. Ook in 2015 hebben we weer een bijdrage geleverd.

“De verbetering van de economische omstandigheden ligt niet in handen van de VIV, daarover dus geen concrete uitspraken. De VIV is wél thuis in onderwerpen als: emissiewetgeving, duurzame en energiezuinige oplossingen, bewezen technieken en schonere brandstoffen. Beperkt brandstofverbruik mét een lage emissie-uitstoot is een gouden regel die voortdurend onder druk staat door herzieningen in wet- en regelgeving. Het resultaat: innovatie!”

Door Michel Voorwinde, directeur VIV

De invoering van de Green Award in Rotterdam en de aanscherping van de eisen in 2014 hebben er onder meer voor gezorgd dat scheepseigenaren zich verder oriënteren op de reductie van emissies. De meest zekere oplossing voor emissiereductie is hermotorisering. Uiteraard een dure oplossing, maar de recent door de VIV gepubliceerde EIA-lijst, met daarop de meest energiezuinige scheepsmotoren, blijkt een goede leidraad richting een duurzame oplossing.

Kapitaalvernietiging

Motoren zijn duur en worden ontworpen om een flink aantal jaren mee te kunnen gaan. Voortijdig een motor vervangen voor een nieuwer en dus energiezuiniger model is kapitaalvernietiging. Om toch te kunnen voldoen aan de wet- en regelgeving op emissiegebied wordt actief gezocht naar alternatieve oplossingen.

De nabehandelingsinstallatie, bijvoorbeeld het MPAT-systeem van Solfic, dat een verregaande reductie van NOx en roet realiseert, heeft zichzelf intussen bewezen. Een schip met een CCR1-motor kan met een dergelijke installatie binnen de bandbreedte van de Green Award emissie-doelstellingen komen.

Vaak is het ook een combinatie van elementen die ervoor zorgt dat de emissies verder afnemen.  De premium brandstoffen van gerenommeerde leveranciers (Total Azur van Total en GTL van Shell) zorgen direct voor een afname van het brandstofverbruik en dus automatisch ook voor de daarmee gepaard gaande afname van emissies.

We zijn er nog niet

Vanuit Brussel zijn de eerste voorstellen gelanceerd voor nieuwe Stage V-eisen. Uiteraard zijn die eisen weer complexer en dus lastiger na te leven. In dit geval betekent complex ook kostbaar.

De eisen die in Stage V aan de motoren worden gesteld zijn dusdanig streng dat het niet verbazingwekkend zou zijn als een aantal motorproducenten zich terugtrekt van de Europese markt. Logischerwijs leidt dit tot verschraling van het motoren-aanbod, wat wel eens contraproductief zou kunnen gaan werken.

Position Paper

De VIV is het niet eens met de Stage V-voorstellen en heeft dat door middel van een Position Paper bekendgemaakt. De VIV staat achter verdere aanscherping van de huidige emissie-eisen, maar heeft er vooral moeite mee dat Brussel de Europese motorenmarkt isoleert. De omvang van de Europese motorenmarkt is, zeker voor de binnenvaart, dermate klein dat dit voor motorenfabrikanten niet langer interessant is als de kosten van certificering hoog worden. Met andere woorden: fabrikanten zullen niet geneigd zijn motoren te certificeren specifiek én alleen voor de Europese wetgeving.

De VIV stelt daarom voor toenadering te zoeken tot Amerika om de emissie-eisen tussen beide continenten te harmoniseren. Zodoende ontstaat er een groot afzetgebied wat de verschraling van het aanbod tegen zal gaan.

LNG de toekomst?

En dan is er nog LNG. Er wordt veel gepraat over de invoering van LNG in de binnenvaart. Slechts een klein aantal ondernemers heeft daadwerkelijk de overstap naar LNG gemaakt én met succes. Toch worden de doelstellingen voor 2015 (50 binnenvaartschepen, 50 zeeschepen en 500 trucks op LNG) niet gehaald.

En waarom niet? LNG is een schone brandstof, met een lage CO2-uitstoot en zonder roetuitstoot (een belangrijk aspect voor de volksgezondheid). Toch is er nog grote aarzeling om deze brandstof meteen in te voeren.

Eén van de redenen is de onzekere toekomst over de accijns op deze brandstof. Ook het fenomeen methaanslip vormt een hobbel. Naar mijn mening overigens een hobbel die veel te zwaar wordt aangezet. Als je de vergelijking zou durven maken tussen de emissie-uitstoot  van een dieselmotor en een gasmotor met dezelfde vermogens dan is de gasmotor veruit het minst vervuilend. Zelfs als de methaanslip wordt teruggerekend naar een CO2-equivalent, dan nog is de gasmotor schoner. Het is dus onbegrijpelijk dat beleidsmakers voornamelijk kijken naar methaanslip en daar een groot punt van maken. Kijk naar het grotere geheel!

Bewezen technieken

Kortom, de industrie is druk bezig zich klaar te maken voor de nieuwe emissie-eisen. Diverse bewezen technieken zijn voorhanden om bestaande scheepsmotoren schoner te krijgen. Daarbij wil ik nadrukkelijk afstand nemen van allerlei toepassingen (waterstof-, ultrasoon en magneet) die voorlopig geen enkel bewezen resultaat hebben opgeleverd.

Deze systemen worden voor veel geld aangeprezen aan scheepseigenaren, maar de resultaten van deze dure installaties zijn noch op de proefstand, noch in de praktijk bewezen.

Onder de VIV-leden is veel expertise over de bewezen toepassingen én daarmee de juiste oplossing voor elk schip. Het zijn bedrijven die u kunt vertrouwen en met u meedenken om samen tot een maximaal haalbare oplossing te komen. Zoals Henry Ford al eens zei: ‘Bij elkaar komen is het begin, bij elkaar blijven is vooruitgang, met elkaar samenwerken is succes’.