De Nederlandse maritieme maakindustrie moet in 2016 rekening houden met een mogelijke omzetdaling van 15% tot 20%. Dat stelde voorzitter Hans Voorneveld van Netherlands Maritime Technology (NMT) op de 21 januari in Putten gehouden nieuwjaarsreceptie van de scheepsbouwvereniging.
‘In 2014 groeide de omzet van de maritieme maakindustrie nog met 17%, tot een omzet van 7,5 miljard euro’, aldus Voorneveld. ‘Over 2015 verwachten we een lichte terugval.’
Een belangrijke oorzaak van de terugval is de lage olieprijs en de daarmee samenhangende sterke teruggang van investeringen in offshore, olie en gas. ‘Maar er komt een moment dat de prijs weer stijgt en er opnieuw wordt geïnvesteerd in de innovatieve technieken waar onze leden zo sterk in zijn’, aldus Voorneveld. ‘Bovendien is er ook in deze moeilijke markt vraag naar schepen en equipment voor onderhoud, services en decommissioning.’
Ook in de door overcapaciteit geplaagde zee- en binnenvaartmarkt zag hij lichtpuntjes. ‘De noodzaak om emissies te beperken leidt, weliswaar met voorzichtigheid, tot technologische vernieuwing, investeringen in nieuwbouw en retrofit van schepen en uitrusting.’
Een regelrechte bedreiging vormt het snel weer sterker wordende protectionisme, zeker vanuit Azië, waar men kampt met enorme overcapaciteit en megaverliezen. ‘In China en Korea worden werven uitgebreid gefaciliteerd en met miljarden ondersteund. En in Europa steekt de Spaanse Tax Lease weer de kop op. Wij verwachten van onze overheden, in Nederland en in Europa, dat zij pal staan voor het level playing field.’

Sterke cruisemarkt
Positief noemde Voorneveld de goedlopende cruisemarkt. ‘Die biedt toeleveranciers veel mogelijkheden en onze binnenvaartwerven bouwen volop riviercruiseschepen.’ Ook de grote jachtbouw doet het goed. ‘Die staat internationaal aan de absolute top en kent indrukwekkende orderboeken.’
De ontwikkeling van de offshore windsector zorgt eveneens voor orders. ‘Daar gebeurt veel en om de klimaatdoelstellingen te halen moet er nog veel meer gebeuren.’
Sleepboten, werkboten en andere specialistische schepen blijven, mede daarom, gewild volgens Voorneveld. ‘En in de visserij is een nieuwe viskotter ontwikkeld die wel tot 75% minder brandstof verbruikt, boordevol innovaties zit en een nieuw perspectief biedt op duurzame visserij.’

Opleving marinebouw
De toenemende spanningen in de wereld zorgen voor een opleving in de vraag naar marineschepen. ‘Wereldwijd willen marines investeren. In ons land wordt voor het eerst weer gesproken over de toekomst van de Nederlandse onderzeedienst. Gesprekken in de Tweede Kamer beginnen in maart en ons marinebouwcluster hoopt op een prominente plaats in de vervolgdiscussies. Met internationale ondersteuning is het mogelijk dat de Nederlandse maritieme technologie de hoofdrol krijgt in dit dossier. In de toekomst kunnen we dan ook voor de export weer een belangrijke speler worden bij de bouw van onderzeeboten.’

Verkeerd signaal
Dat de scheepvaart geen deel uitmaakt van het in klimaatverdrag van Parijs vindt Voorneveld betreurenswaardig. ‘Een verkeerd en onnodig signaal. Er is heel veel kennis en technologie beschikbaar, vooral ook in Nederland, om de footprint van de scheepvaart verder te verkleinen. De scheepvaart neemt 90% van al het goederentransport in de wereld voor haar rekening en presteert op CO2-gebied al veel beter dan andere vervoersmodaliteiten. Ook op het gebied van zwavel, NOx en fijnstof is veel vooruitgang bereikt. Verdere vermindering van de footprint van dat enorme vervoersvolume is een verantwoordelijkheid die ons gelukkig ook veel kansen biedt. Nieuwe, energiezuinige scheepsontwerpen, vaak ontwikkeld in nauwe samenwerking met ons kennisinstituut Marin en onze technische universiteiten, alternatieve brandstoffen en luchtsmering die verbruik en uitstoot kunnen verminderen, scrubbers die uitlaatgassen kunnen reinigen en installaties om ballastwater te behandelen. Het is overigens wel heel jammer dat het internationale ballastwaterverdrag toch nog niet wereldwijd is geratificeerd. Maar ik ben ervan overtuigd dat het een kwestie van tijd is.’

bron: Schuttevaer | 29 januari 2016