Achtergrond

In 2014 is er door de Europese Commissie een voorstel gedaan voor verregaande emissie limitering op non-road mobile machinery (NRMM). In deze voorstellen gaat Europa verder dan de in Amerika gestelde eisen en zijn deze ook weer anders gedefinieerd. In de eisen wordt bijvoorbeeld gesteld dat een fabrikant de emissie eisen van een nieuw opgeleverde motor voor 10.000 uur moet garanderen. Om de gestelde emissie-eisen van de wetgever aantoonbaar te maken moet de fabrikant de motor een certificeringsprogramma laten draaien van circa 2500 uur op de testbank. Dit betekent een doorlooptijd van ruim 100 dagen. Een dergelijk programma is niet te combineren met de EPA (Tier 4) eisen uit Amerika, aangezien de waardes die gemeten moeten worden afwijken. Dit houdt in dat als de Europese emissie limitering doorgaat de fabrikant twee certificeringstesten moet gaan draaien voor dezelfde motor. De kosten voor een dergelijke certificering zijn boven proportioneel. Het gevolg zal zijn dat fabrikanten nog maar een beperkt aantal motoren op de markt zullen brengen.

Particle Matter eis

Daarnaast heeft de Europese Commissie ook een erg zware eis (0.02 voor 300-1000 kW vermogen en 0.01 voor groter dan 1000 kW vermogen) neer gelegd voor de beperking van roetdeeltjes (PM = Particle Matter) in de uitstoot. Deze eis is zo streng dat waarschijnlijk ook voor een gasmotor een filterinstallatie noodzakelijk wordt. De kosten voor het plaatsen van een filterinstallatie zijn dusdanig hoog dat gevreesd wordt dat de gasmotor niet in de binnenvaart zal doordringen. Het toevoegen van een dure filterinstallatie in het gasuitlaatsysteem zal de meeste scheepseigenaren bij her-motorisering doen besluiten voor conventioneel diesel te kiezen, terwijl gas toch echt een schonere optie is.
Euromot heeft daarom ook in haar advies aangegeven dat een PM eis van 0.04 gram/kWh het maximaal haalbare is op dit moment. De Nederlandse overheid houdt echter vol aan een eis van 0.015 gram/ kWh. De gronden waarop deze eis qua haalbaarheid is gestoeld zijn onduidelijk. De financiële haalbaarheid van een dergelijke eis is buiten proportioneel.

Methaanslip

De Nederlandse overheid heeft met een aantal tegenvoorstellen op de voorstellen van de Europese Commissie gereageerd. Opvallend is dat de methaanslip eis volgens de Nederlandse overheid gehalveerd kan worden van 6 gram/kWh naar 3 gram/kWh. Met name voor medium speed en highspeed motoren is deze eis niet haalbaar. Aangezien er ook geen katalysator is die methaanslip kan opvangen én er ook geen zicht op is dat een dergelijke katalysator binnen afzienbare tijd op de markt komt, is het verzwaren van deze eis niet praktisch haalbaar. De VIV doet samen met haar Duitse partner, de FVV (Forschungsvereinigung Verbrennungskraftmaschinen), onderzoek naar methaanslip. De FVV werkt samen met de universiteit van Karlsruhe en focust daarbij op het maken van een methaanslipkatalysator. De eerste presentaties geven aan dat er nog erg veel onderzoek moet worden uitgevoerd om überhaupt te begrijpen waarom sommige elementen op elkaar reageren! Duidelijk is dat een verkoopbaar product nog heel ver weg is.

Vervolg…

Naar verluid heeft de Nederlandse overheid, na overleg met stakeholders, de bovengenoemde eis met betrekking tot methaanslip weer ingetrokken. Daarvan heeft de VIV tot op heden nog geen officieel document gezien.
De werkgroep Stage V heeft tot doel de dialoog met de Nederlandse overheid aan te gaan om samen met één of meerdere onderzoeksbureaus aan te tonen wat technisch én financieel haalbaar is. De VIV trekt hierbij op met het EICB, Vereniging Verticaal Transport en Netherlands Maritime Technology. Ook worden er verkennende gesprekken gevoerd met andere branches die door deze nieuwe eisen zwaar getroffen zullen worden.

Documenten bij de werkgroep

Zie hier de documenten van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad:
http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52014PC0581&from=EN

Zie hier de aanbevelingen van de VIV:

https://www.verbrandingsmotor.nl/viv-position-paper-stage-v/1921

Werkgroepleden:

Gerard Martens  Holland Diesel Maassluis

Bram Kruijt   Wärtsilä

Raymond Gense PON Power

Sander den Heijer  Netherlands Maritime Technology

Khalid Tachi  EICB

Michel Voorwinde  VIV